leentjebuur, februari 2012
102 Dag vogels, dag vissen
Het nieuwe jaar begon goed: We maakten op 1 januari een wandeling langs het Gein, een van de mooiste riviertjes van Nederland. Vlak bij de brug, bij het steigertje, stond een visser. In een net had hij een snoek die hevig spartelde.
Het was een hele grote snoek: van 1meter 10! Dat weet ik omdat de visser (die er helemaal niet als een visser uit zag) eerst voorzichtig het net losmaakte, toen de vis ging opmeten en vervolgens vroeg of wij een paar foto's van visser met vis wilden maken.
Daarna werd de snoek, behoedzaam en voorzichtig als of het Mozes in zijn rieten mandje was, weer te water gelaten. Hij was zo weg.
Dat er zulke grote vissen in het Gein zwemmen! Dat weten de jongetjes die daar 's zomers rondspartelen vast niet. Ik weet niet veel over snoeken, alleen dat het roofvissen zijn die andere vissen opeten. Wij eten geen snoek maar in Frankrijk heb ik het wel eens gegeten omdat ik me vergiste: ik dacht dat ik een spies geroosterd vlees bestelde, maar het bleek snoek te zijn. Ik weet eigenlijk niet meer of dat lekker was of niet. Het heeft niet veel indruk op me gemaakt. Al die tanden die ik bij de snoek uit het Gein zag kwam ik in ieder geval niet tegen op mijn bord.
Nu eten ze in Frankrijk van alles: oesters en zee-egels, hersenen, darmen en nieren, bloedworst in soorten en maten. En allerlei vogels. Als u een keer het boek van Ilja Gort leest of hoort (het is er ook als luisterboek) dan komen daar twee mannen in voor die op roodborstjes schieten in de tuin van meneer Gort.
Ze leggen de dode vogeltjes naast elkaar op de grond in een rijtje. Pas als hij een bordje ophangt dat het een prive jachtterrein betreft kan hij ze wegsturen. Of de roodborstjes voor consumptie waren zegt het verhaal niet.
Fransen zijn gek op jagen: in september waren we er toen net het jachtseizoen geopend werd: wel honderd mannen reden rond in auto's met oranje petjes op als of ze naar een voetbalwedstrijd gingen, allemaal met het geweer in de achterbak. Rare mensen.
Wij doen dat anders: wij voeren de vogels, ook als het geen 10 graden vriest. Niet om ze daarna neer te schieten maar om een goed gevoel te krijgen. En we houden rekening met het individu!
Vogel-menu-kaart: (van internet)
Merel, zanglijster, koperwiek, kramsvogel en spreeuw
Voedsel: brood, gewelde krenten en rozijnen, fruit (-schillen en klokhuizen), alle soorten bessen. Voerplaats: een sneeuwvrije plaats op de grond met beschutting vlakbij.
Mezen
Voedsel: vetbollen, ongebrande en ongezouten pinda's, kokosnoot, vogelzaad en zonnepitten.
Voerplaats: voedertafel of voederhuisje of opgehangen in een boom
Winterkoning, heggenmus en roodborst
Voedsel: universeelvoer, meelwormen, broodkruimels maden en larven, ongekookte havermout. Voerplaats: een zeer beschutte sneeuwvrije plaats.
Mus, vink en groenling
Voedsel: bruin brood, onkruid-zaden, gemengd strooizaad, zonnepitten en etensresten zonder zout. Voerplaats: op de grond, eventueel voedertafel.
Specht, boomklever en boomkruiper
Voedsel: ongebrande en ongezouten pinda's, vetbollen, zonnepitten.
Voerplaats: vastgemaakt aan een boomstam op een rustige plaats.
Ik kan u vertellen dat die groene schreeuwlelijkerds, de halsbandparkieten, bijna alles lusten. En dat er nog nooit een vogel onze vogelhuisjes ook maar een blik waardig heeft gegund. Ach ja, net mensen, die lusten ook bijna alles en willen hun eigen zin doen. Ik wens u veel vogels in de tuin en nog wat echte winter
Uw Leentjebuur
Deze column geeft niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Dorpsraad weer
|